VARKENSLOKET

HITTESTRESS - MAATREGELEN DIE JE KAN NEMEN OM HITTESTRESS TE REDUCEREN


Als je op deze pagina terecht komt is het mogelijk uitzonderlijk warm of is er uitzonderlijk warm weer op komst. Bij extreme temperaturen is het dan ook belangrijk om stil te staan bij de gevaren van hittestress bij varkens. Daarom geven we een overzicht van de verschillende interventiemaatregelen die je kan nemen om de risico’s op hittestress zoveel mogelijk te beperken.

KORTE ENQUÊTE - Deel als varkenshouder je ervaringen met hittestress en de mogelijke maatregelen die je hierbij nam. Jullie ervaringen worden meegenomen in het COOLPIGS-onderzoeksproject (zie onderaan de pagina) dat in het najaar van start gaat. 

Maatregelen die je kan treffen om hittestress te beperken

Het aanpassen van de omgeving (o.a. direct koelen van de varkens en het installeren van systemen die de luchttemperatuur beïnvloeden) van het dier is de meest effectieve strategie en geniet de voorkeur, maar is ook moeilijker te verwezenlijken op korte termijn (Figuur 1).

  • Optimaliseer de ventilatie - volg klimaat- en dier gerelateerde parameters op

Ventileer voldoende en zorg ervoor dat de relatieve vochtigheid in de stal niet te hoog is. Een hoge relatieve vochtigheid (boven 80%) verhindert dat varkens onder hittestress extra lichaamswarmte kunnen verliezen. Zorg voor een maximale ventilatiecapaciteit om de warmte uit de stal af te voeren en om een hogere luchtsnelheid (max. norm: 0,2 m/s ter hoogte van de dieren) te creëren. Bij een hogere luchtsnelheid zal het varken meer warmte verliezen aan de omgeving en ervaart het varken een lagere gevoelstemperatuur dan de eigenlijke staltemperatuur. De ventilatiebehoefte is afhankelijk van het toegepaste luchtinlaatsysteem in de stal (zie voorgaande link - praktische leidraad voor elk ventilatietype).

Monitoren van stalluchtparameters zoals temperatuur, relatieve vochtigheid en luchtsnelheid laten toe om snel in te grijpen indien de warmteoverlast in de stal te groot wordt. Het is belangrijk om de sensoren dicht genoeg bij de dieren te plaatsen en ze regelmatig te kalibreren. De beste indicatoren om hittestress waar te nemen bij vleesvarkens zijn een verhoogde ademhalingsfrequentie en water/voer verhouding, gevolgd door een verlaagde voeropname, en uiteindelijk een verhoogde rectale temperatuur.

  • Behandel, verhok of laad niet tijdens de warme perioden van de dag

Voer handelingen zoals verhokken en vaccineren bij voorkeur uit in de koelere perioden van de dag (m.a.w. 's morgens vroeg of 's avonds laat) om de dieren niet extra te belasten wanneer ze aan hittestress worden blootgesteld.

  • Vermijd bij extreem warm weer ook het laden van varkens tijdens de warme perioden van de dag.

Houd er rekening mee dat een (te) hoge bezettingsdichtheid zorgt voor extra hittestress omdat de dieren dan onvermijdelijk dicht bij elkaar liggen. Het verlagen van de hokbezetting leidt tot minder warmteproductie.

  • Controleer de watergift - zorg voor onbeperkt (gekoeld) drinkwater

Tijdens warme perioden drinken varkens meer. Het is dan nog belangrijker om onbeperkt kwaliteitsvol vers drinkwater te voorzien. Controleer het debiet van de drinknippels (Tabel 1). Gekoeld drinkwater blijkt ook effectief te zijn om warmteoverlast te vermijden, maar een goede isolatie van de leidingen is nodig om dit mogelijk te maken. Volgens de Nederlandse GD zou het verschaffen van koud water (<15°C) aan de kraamstalzeugen, een positief effect hebben op de prestaties van de zeug (o.a. hogere voeder- en wateropname, hogere geschatte melkproductie) en de biggen (hogere gemiddelde groei en speengewicht). Het risico op bacteriële contaminatie is groter tijdens warme perioden, waardoor het nog belangrijk is om de kwaliteit van het drinkwater goed op te volgen en zo nodig het drinkwater te behandelen.

Waterbehoefte

Tabel 1. Overzicht van de gemiddelde waterbehoefte en aanbevolen debiet per diercategorie

  • Verschuif voederbeurten naar de koelere perioden van de dag

Tijdens warme perioden is het aangewezen om de dieren te voederen tijdens de koelere perioden van de dag: bv. ’s morgens vroeg, ’s avonds laat en kleinere porties doorheen de dag. Besteed ook voldoende aandacht aan het bijvoederen van de zuigende biggen om de lagere melkgift van de zeug op te vangen.

  • Pas eventueel de voedersamenstelling aan in overleg met je nutritionist/leverancier

Om de lagere voederopname te compenseren kan overwogen worden om de concentratie van het voeder (tijdelijk) te verhogen. De verhouding eiwit/energie van het voeder kan hiervoor worden aangepast. De effecten van hittestress zouden worden gereduceerd wanneer de varkens een eiwit- en vezelarmer dieet gevoederd krijgen. In het hieronder vermeldde COOLPIGS-project zal bekeken worden of dit effectief het geval is en hoe het voeder best wordt aangepast in de  praktijk.

  • Kalk de ramen of daken wit - bouwtechnische aspecten van de stal

Het witkalken van de ramen gedurende de zomerperiode kan de directe inval van zonlicht verminderen en zo opwarming in de stal te beperken. Aangezien de materialen vergelijkbaar zijn, kunnen dezelfde producten als bij serres worden gebruikt. Naast het witkalken van ramen experimenteerde men op VIC Sterksel met het witkalken van (donkere) daken. Hier weliswaar om de opwarming van de daken en de afdelingen te doen dalen. Metingen toonden aan dat de temperatuur van de golfplaten 6 tot 8°C en de lucht onder de platen 3 tot 4°C afkoelden.

Bij de bouw van een nieuwe stal kan je ook rekening houden met de vorm en de oriëntatie van de stal en de ramen, en de thermische eigenschappen van de bouwmaterialen.

Enkele meer permanente opties vergeleken met het witkalken zijn:

  • In het stalontwerp kiezen voor een lichtstraat hoog in de zijgevel direct onder de dakoversteek en over de gehele breedte van de afdeling
  • Het plaatsen van de ramen aan de schaduwzijde van de stal
  • De dakoversteek verlengen
  • Het plaatsen van een groensingel aan de zonzijde van de stal
  • Het glas in de ramen vervangen door een materiaal dat infrarood of uv-licht filtert
  • Vensters van goed isolerend en/of zonnewerend glas voorzien
  • Plaatsen van horizontale lamellen voor de ramen
  • Zogenoemde ‘light shelves’ (lichtplanken) aanbrengen aan de binnenzijde van de ramen die het licht richting plafond weerkaatsen en (indirect) de afdeling inbrengen
  • Folie aanbrengen op de ramen. Raamfolies met een verschillende UV-doorlaatbaarheid kunnen commercieel worden aangekocht.

Wees je er wel van bewust dat volgens de Europese en Belgische wetgeving aan twee voorwaarden betreffende licht moet worden voldaan: 1) in stallen die werden gebouwd na 1 januari 2003 moeten de lichtdoorlatende openingen in het dak en/of de muren tenminste 3% van de vloeroppervlakte beslaan; en 2) de lichtintensiteit (d.m.v. daglicht en kunstlicht) in de hokken moet tenminste 40 lux bedragen gedurende tenminste 8 uur per dag. De 40 lux moet als een minimumnorm in elk hok worden beschouwd (m.a.w. een hok met een lichtintensiteit van 100 lux compenseert niet voor een ander hok met een lichtintensiteit van 20 lux).

Directe koeling van de dieren

  • Bevochtig de huid van de varkens

Water op de huid van de varkens aanbrengen kan verkoeling brengen (“drip cooling”; bij voorkeur grote druppels om een hoge relatieve vochtigheid te vermijden) (bv. via een sproeier boven de nek en schouder van de zeug) en in combinatie met verhoogde luchtsnelheden is dit een zeer effectieve strategie om hittestress te beperken. Vermijd wel dat jonge dieren zoals zuigende biggen het te koud krijgen. Het best is om de dieren (in groep) zelf te laten kiezen of zij het koelsysteem al dan niet gebruiken.

  • Koel de vloer

Varkens kunnen afkoelen door op een koude vloer te liggen. De vloer kan gekoeld worden via buizen waarin koud water stroomt of door deze te bevochtigen. Lacterende zeugen liggen het grootste deel van de dag neer, waardoor een koelbed voor hen een effectief systeem is. Bij vleesvarkens kunnen de buizen aan de roostervloer worden verwerkt. Indien de varkens toegang hebben tot een buitenruimte, kan het aanleggen van een poel ook voor afkoeling zorgen.

  • Creëer hogere luchtsnelheden

Luchtbeweging zorgt voor warmteverliezen. Er moet wel een voldoende temperatuurverschil zijn tussen de varkens en de omgeving. Als de omgevingstemperatuur de huidtemperatuur (32 à 36°C) benadert, is het koelend effect minimaal. Verhoogde luchtsnelheden via (extra) ventilatoren kan toegepast worden bij vleesvarkens, maar niet in de kraamstal wegens de hogere comforttemperatuur en tochtgevoeligheid van de biggen.

  • Systemen die de luchttemperatuur rechtstreeks kunnen beïnvloeden

Behandel de lucht met een warmtepomp met koudemiddel
Deze verlaagt de luchttemperatuur tot het gewenste niveau en wordt standaard gebruikt om huizen en bedrijfsgebouwen te koelen (in de volksmond “airconditioning”). De economische haalbaarheid voor varkensstallen moet nog verder onderzocht worden, aangezien de kosten voor de investering, het gebruik en onderhoud redelijk hoog zijn.

  • Behandel de lucht met een warmtepomp met natuurlijke bronnen

De warmtewisselaars in dit systeem geven warmte af aan de bodem, grondwater of zelfs het waswater van de luchtwasser zodat de binnenkomende stallucht afkoelt. Deze systemen zijn zeer effectief. Het voordeel hierbij is dat de lucht niet extra bevochtigd wordt en dat het ook mogelijk is om de lucht op te warmen tijdens koude perioden.

  • Koel de binnenkomende lucht af via verneveling

Door het sproeien of vernevelen van water in de binnenkomende lucht, treedt er verdamping op en wordt dus warmte onttrokken aan de lucht, waardoor deze voelbaar kouder maar wel vochtiger wordt. Het systeem is vooral interessant als de relatieve vochtigheid van de buitenlucht laag is. Onder praktijkomstandigheden kan een temperatuurdaling van 4 à 5°C verkregen worden (koeling via pads en lage druk verneveling) of tot 6 tot 8°C met hoge druk systemen. De efficiëntie van de systemen hangt af van de luchtvochtigheid. Hoe lager de luchtvochtigheid van de binnenkomende lucht, hoe meer de lucht gekoeld kan worden.

 

Mogelijke strategieën om hittestress te beperken

Figuur 1. Mogelijke strategieën om hittestress te beperken (naar Mayorga et al., 2019)

Wat is hittestress?

Bij een temperatuur die hoger is dan de bovengrens (hoogste kritische temperatuur) van de thermoneutrale zone ervaren varkens hittestress. Boven de hoogste kritische temperatuur passen de varkens hun gedrag aan om meer warmte te verliezen: hijgen, liggen op de koelere plekken in het hok en contact met soortgenoten vermijden. Zweten (evaporatie) kunnen varkens nauwelijks. Ze gaan voornamelijk liggen op de roostervloer en ‘bevochtigen’ zichzelf met mest en urine om hitte via de natte huid te verliezen, wat kan leiden tot hokbevuiling. Ook eten de varkens minder om de warmteproductie (door de energieopname via het voeder) te verminderen. De hoogste kritische temperatuur neemt af bij toenemend lichaamsgewicht: 25°C bij een gewicht van 25 kg en 20°C bij een gewicht van 100 kg.

De thermoneutrale zone hangt af van de hoeveelheid warmte die wordt geproduceerd door het dier tijdens metabole processen (o.a. verteren van voeder), omgevingsfactoren (zoals luchtsnelheid, relatieve vochtigheid, vloertype, stralingswarmte, aantal dieren in een groep en de hoeveelheid natte huidoppervlakte), de dierleeftijd, de genetica en het productiestadium. De zone voor thermisch comfort voor lacterende zeugen en biggen verschillen sterk, nl. tussen 12 en 22°C voor de zeug en tussen 30 en 35°C voor biggen. 

Gevolgen van hittestress bij varkens

Varkens zijn in het bijzonder gevoelig voor hittestress omdat ze zeer weinig zweten, een beperkte long- en hartreserve hebben en moderne varkensstallen weinig uitgerust zijn met koudere oppervlakken die verkoeling brengen. Naast de dierenwelzijns- en gezondheidsproblemen, leidt hittestress tot zeer grote economische verliezen omwille van stress, productieverliezen en sterfte. Dit vormt een uitdaging voor zowel zeugen- en vleesvarkensbedrijven als tijdens het transport. Bij de zeugen zien we meer sterfte, een verminderde melkgift en meer onrust, waardoor ook de biggensterfte toeneemt. Ook het aantal terugkomers en het aantal zeugen dat verwerpt kan toenemen. Bij voornamelijk zwaardere vleesvarkens is er meer sterfte en verhoogt de kans op agressie en staartbijten. Ook de groei, voederconversie en karkaskwaliteit worden negatief beïnvloed. Bij fokberen daalt  de spermakwaliteit.

Nieuw project COOLPIGS start eind 2020

De afgelopen jaren nam de hittestress-frequentie in Vlaanderen toe en waren de productieverliezen en sterfte door de hitte veel zichtbaarder. ILVO en UGENT (eenheid varkensgezondheidszorg van de Faculteit Diergeneeskunde) starten daarom eind 2020 met het nieuwe ‘COOLPIGS’ onderzoeksproject, gefinancierd door VLAIO en diverse stakeholders uit de sector.

Het doel van het project is om een concreet hitteplan op te stellen voor de Vlaamse varkenshouderij dat effectieve, praktisch en economisch haalbare maatregelen aanreikt die toepasbaar zijn in de stal en bij transport. Daarnaast is het de bedoeling om de praktische kennis over de zichtbare en minder zichtbare impact van hittestress te verhogen. De mate van hittestress, de gevolgen ervan in Vlaanderen en de bestaande strategieën worden hiervoor in kaart gebracht en geëvalueerd.

Meer info over Coolpigs via Alice.vandenbroeke@ilvo.vlaanderen.be - 09 272 26 57