VARKENSLOKET

Vraag

Kunt u me zeggen waarmee ik rekening moet houden als ik wil starten met houden van varkens die zullen worden geslacht en in de voedselketen terecht komen. 

Antwoord

Hieronder vindt u een aantal voorwaarden terug waaraan u moet voldoen als u wilt starten als (professionele) varkenshouder:

  • Registratie – activatie van een beslag met varkens

Allereerst moet u zich registreren bij Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ)d.m.v. van een registratieformulier2 in te vullen. In de toelichting vindt u meer informatie hoe u het registratieformulier moet invullen. DGZ verwerkt uw registratie in de Saniteldatabase en kent u een beslagnummer toe. Het beslagnummer is samengesteld als volgt: BE + inrichtingsnummer + annex -0201 (varkens). U ontvangt een beslagfiche die de huidige situatie van het beslag weergeeft en bewaart deze. Indien er wijzigingen zijn aan het beslag is het belangrijk dat u DGZ hiervan op de hoogte brengt.

Dit is noodzakelijk wanneer er een wijziging is van onderstaande gegevens:

  • Wijziging van de ondernemingsgegevens (capaciteit/bedrijfsvorm)
  • Wijziging van verantwoordelijke (sanitair en/of financieel)
  • U stopt met het houden van één of meerdere diersoorten (in geval van stopzetting kunt u ook gebruik maken van het stopzettingsformulier

Bij registratie wordt door DGZ een dossier opgemaakt dat wordt overgemaakt aan de lokale controle-eenheid (LCE) van het FAVV3 ter goedkeuring. Na ontvangst van de aanvraag heeft het FAVV 30 dagen tijd om advies uit te brengen over het al dan niet afleveren van de toelating voor het houden van varkens. Indien voldaan is aan de sanitaire uitrustingsvoorwaarden (zie hieronder) levert het FAVV een toelating af. Het FAVV kan hierbij de situatie ter plaatse komen controleren. Na de goedkeuring ontvangt u een beslagfiche ter bevestiging.

Indien het bedrijf niet voldoet, heeft u als varkenshouder 30 dagen tijd om de nodige aanpassingen uit te voeren en een nieuwe aanvraag in te dienen. Indien u nadien ingrijpende veranderingen uitvoert, bent u als varkenshouder verplicht om dit te melden en wordt al dan niet een nieuwe toelating afgeleverd.

  • Standaardovereenkomst met een bedrijfsdierenarts (en plaatsvervanger)

U moet een contract afsluiten met een bedrijfsdierenarts en een plaatsvervangende dierenarts. U kan zelf een dierenarts kiezen, die dan de nodige documenten zal opmaken en overmaken aan het FAVV. Een standaardovereenkomst vindt u terug door te klikken op voorgaande hyperlink. Bij een bezoek van de bedrijfsdierenarts wordt een bezoekrapport ingevuld waarin o.a. de diagnose bij ziekte, de uitgevoerde analyses en het geneesmiddelengebruik worden genoteerd. Dit bezoekrapport moet u bij het bedrijfsregister bewaren.

  • Administratie – identificatie en registratie4

U moet in een bedrijfsregister de aanvoer, de afvoer en de sterfte van de varkens noteren. Het gezondheidscertificaat bij invoer, het bezoekrapport van de dierenarts, het verplaatsingsdocument (voormalige laad- en losbon) bij transport en het geneesmiddelenregister moet u, in voorkomend geval, bewaren bij het bedrijfsregister. De gegevens van de laatste vijf jaar moeten worden bijgehouden. Op de DGZ-wesbite vindt u meer info over welke documenten u moet beschikken.

Elk transport van varkens moet vergezeld zijn van een verplaatsingsdocument. De gegevens op dit document moeten door de vervoerder (lidstaten EU, dan de veehouder) binnen de 7 dagen na het transport in SANITEL worden ingevoerd. Elke partij bewaart zijn kopie van het document gedurende 5 jaar.

Varkens moeten ten laatste bij het spenen gemerkt worden op het bedrijf van geboorte.
Wanneer varkens tussen bedrijven worden verplaatst, moeten zij steeds gemerkt zijn met het oormerk van het afvoerende bedrijf en dit ten laatste op het moment van de afvoer.
Slachtvarkens kunnen voortaan bij afvoer naar keuze gemerkt worden met een klophamerstempel of met een (slacht)oormerk. Wanneer deze slachtvarkens naar het buitenland gaan of via een verzamelcentrum passeren, is een slachtoormerk echter altijd verplicht.

  • Sanitaire uitrustingsvoorwaarden5

De sanitaire uitrustingsvoorwaarden moeten helpen om de verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen:

  • Het bedrijf beschikt over een verharde laad- en losplaats voor varkens. Deze plaats dient reinigbaar en ontsmetbaar te zijn.
  • Het bedrijf beschikt over een vaste opslagplaats voor krengen, zodanig geplaatst dat de ophaling kan gebeuren zonder het bedrijf te doorkruisen. Deze opslagplaats wordt na elke ophaling gereinigd en ontsmet.
  • Het bedrijf beschikt over een hygiënesluis. Dit is een kleedkamer, afgezonderd van de stalruimte en van de woongedeelten en voorzien van een wasbak met stromend water en zeep, een voetbad voor het reinigen en ontsmetten van laarzen en met laarzen en propere overalls om bezoekers toe te laten zich om te kleden alvorens de stallen te betreden.
  • Het bedrijf beschikt over een voorraad ontsmettingsmiddel.
  • Het bedrijf beschikt over een uitrusting voor reiniging en ontsmetting die aangepast is aan de noden van het bedrijf, tenzij het bewijs geleverd wordt van de tussenkomst van een daarvoor gespecialiseerde onderneming.
  • Er is evenwel steeds een minimale uitrusting voor reiniging en ontsmetting van voertuigen, de opslagplaats voor krengen, de stallen en de voetbaden met min. 5 liter ontsmettingsmiddel en een hogedrukreiniger.
  • Exploitatievoorwaarden3

U moet voldoen aan de volgende exploitatievoorwaarden:

  • Het bedrijf is zodanig afgesloten dat het betreden van de stallen enkel mogelijk gemaakt wordt na aanmelding bij de veehouder en na het correcte gebruik van de hygiënesluis en het wassen van de handen.
  • De bedrijfsgebouwen worden vogeldicht gehouden, met uitzondering voor desgevallend de toegang naar de uitloop in open lucht voor extensieve veehouderijen.
  • Tegen ongedierte is een doeltreffend bestrijdingsprogramma toegepast.
  • Elke stal of afdeling wordt minstens een maal per jaar geledigd, gereinigd en ontsmet.
    Een compartiment mag pas opnieuw bevolkt worden nadat het volledig is opgedroogd na de reiniging en ontsmetting.
  • Er wordt een bezoekersregister bijgehouden. Hierin wordt chronologisch voor elk bezoeker (al dan niet professioneel of commercieel) die toegang heeft gehad tot de stallen de volgende gegevens geregistreerd :
    a) de datum en het uur van het bezoek
    b) de naam (en desgevallend firmanaam) van de bezoeker
    c) de reden van het bezoek.
  • Produceren onder NIET gecontroleerde huisvestingsomstandigheden

Indien de varkens over buitenbeloop beschikken, kan u NIET produceren onder gecontroleerde huisvestingsomstandigheden. Om te kunnen produceren onder gecontroleerde huisvestingsomstandigheden moet u namelijk voldoen aan tien voorwaarden (FAVV omzendbrief, p. 5-6). Eén van de voorwaarden is dat de varkens geen toegang mogen hebben tot buitenfaciliteiten.

Van zodra uw varkens over buitenbeloop beschikken, moet u dit schriftelijk melden aan Diergezondheidszorg Vlaanderen (DGZ). Hiervoor kan u gebruik maken van het volgende formulier. Dit formulier kan u ook gebruiken als u het statuut gecontroleerde huisvesting (opnieuw) wil verwerven.

Implicaties van het produceren onder NIET gecontroleerde huisvestingsomstandigheden

  • Eén van de tien voorwaarden om te voldoen aan gecontroleerde huisvestingsomstandigheden, is dat een varkenshouder nieuwe dieren op het bedrijf mag binnenbrengen als zij ook afkomstig zijn van bedrijven die werken onder gecontroleerde huisvestingsomstandigheden. Als u dus uw biggen (die niet werden geproduceerd onder gecontroleerde huisvestingsomstandigheden) verkoopt aan een ander bedrijf, kan dit bedrijf NIET produceren onder gecontroleerde huisvestingsomstandigheden.
  • Op de voedselketeninformatie (VKI) moet worden vermeld dat de dieren NIET onder gecontroleerde huisvestingsomstandigheden worden geproduceerd en beschikken over buitenbeloop. De gegevens op het VKI moeten overeenkomen met het statuut van het beslag in Sanitel.
  • De karkassen en het slachtafval van de varkens die NIET onder gecontroleerde huisvestingsomstandigheden worden gehouden, worden tijdens de post-mortemkeuring aan een visuele keuring en bijkomende palpaties en insnijdingen onderworpen. M.a.w. er geldt een uitgebreidere keuring dan enkel de visuele post-mortemkeuring bij gecontroleerde huisvestingsomstandigheden. Dit nieuwe systeem van de post-mortemkeuring in slachthuizen is sinds 1 juni 2014 in voege6.
  • Trichinella-infecties worden sporadisch waargenomen in de EU bij varkens met buitenbeloop. Varkens die worden geproduceerd onder gecontroleerde huisvestingsomstandigheden kunnen worden vrijgesteld van het verplichte trichinenonderzoek in het slachthuis (toekenning van een officieel statuut gecontroleerde huisvestingsomstandigheden door het FAVV). Bij NIET gecontroleerde huisvestingsomstandigheden en buitenbeloop moeten alle karkassen van varkens uit Belgische varkenshouderijen in het slachthuis worden onderworpen aan trichinenonderzoek (of aan de vervangende vriesbehandeling)7. Gespeende biggen van maximaal vijf weken oud zijn vrijgesteld.
  • Op uw bedrijf heeft het toegang verstrekken tot buitenbeloop invloed op de staalnamefrequentie in het kader van het Aujeszky monitoringprogramma. Op bedrijven met buitenbeloop (en ook op bedrijven die (op)fokvarkens in de handel brengen) moet er viermaandelijks (ten vroegste 3,5 en ten laatste 4,5 maanden na de laatste test; steekproef) een bloedname gebeuren bij vlees-, opfok- en fokvarkens in het kader van het Aujeszky monitoring programma8. Dit in tegenstelling tot de andere bedrijven waar er om de 12 maanden (tussen 10,5 en 13,5 maanden) bloedstalen worden genomen.

Dit antwoord werd door het Varkensloket en de leden van het Praktijkcentrum varkens met de meeste zorg en nauwkeurigheid opgesteld. Er wordt evenwel geen enkele garantie gegeven omtrent de juistheid of de volledigheid van het antwoord op uw vraag. De gebruiker van dit antwoord ziet af van elke klacht tegen het Varkensloket, de leden van het Praktijkcentrum varkens of zijn medewerkers, van welke aard ook, met betrekking tot het gebruik van het gegeven antwoord. In geen geval zal het Varkensloket, het Praktijkcentrum varkens of zijn medewerkers aansprakelijk gesteld kunnen worden voor eventuele nadelige gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van dit antwoord.


[2]Het beslag van een hobbyvarkenshouder kan in Sanitel (DGZ) geregistreerd staan met een capaciteit van maximaal 3 vleesvarkensplaatsen.
[3]Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen
Versie:
1
Onderwerp:
Starten professionele varkenshouder
Datum:
19-08-2019